Blog: Aftellen en optrekken

Het is tijd voor een onthulling, ik moet u iets opbiechten wat mij al heel lang dwars zit. In de zesde klas heb ik een tennisbal gepikt en deze vervolgens door de wc getrokken. Pure angst omdat ik (indachtig berouw komt na de zonde) nadat ik de bal had gepikt inzag dat het eigenlijk niet kon. Nogal krom natuurlijk de bal dan door te trekken, in plaats van dat ik hem teruglegde. Maar goed, wat voor de één logisch is, was voor mij toen geen optie. Dus raakte de w.c. verstopt en kwam meester Hans een paar dagen later na een bezoek van de loodgieter de klas binnen. Met stoom uit zijn oren en in zijn handen de buit van de loodgieter. Ik was klaarblijkelijk niet de enige die iets had doorgetrokken.

Vandaag, drieëndertig jaar later, kwam er een andere meester met stoom uit zijn oren de klas binnen waar ik een lesobservatie mocht doen. Ondanks het feit dat de velletjes w.c. papier moesten worden afgescheurd ín de klas, zat de wc toch weer verstopt. Ik verschoot van kleur zonder dat iemand dat in de gaten had. Niet omdat ik teveel wc papier had gebruikt, meer omdat het tennisbalincident opborrelde in mijn hoofd. Vandaar het opbiechten bij de start van deze blog. Uiteraard biechtte er niemand van de kinderen zijn papierwerk in de toiletpot op. Sommige zaken veranderen nooit. Want toen meester Hans vroeg wie er nou toch in godsnaam een tennisbal in de wc had gestopt, stelde ik mijn biecht ook maar even uit. Wat er wel verandert is de door hele bevolkingsgroepen omarmde wijsheid :

“Meester en juf leren weer rekenen op de ouderwetse manier”

Nu ga ik er niet over of dit goed of fout is, daar heb je echte deskundigen voor. Waar ik wel over ga is mijn spreekwoordelijke nek. Eerst de basis, dan de toepassing. En dat wordt gepresenteerd en gepubliceerd alsof het nieuw is. En dus een hele batterij aan externe adviseurs, nieuwe methodes en aan te schaffen materialen noodzakelijk maakt.

“We moeten terug naar leraren die het voordoen en uitleggen, in plaats van het door leerlingen zelf te laten ontdekken”

Wie is WE en welke leerkracht wordt er bedoeld met degene die het leerlingen alleen maar zelf laat ontdekken. Er zat destijds een gedachte achter om in het onderwijs meer te gaan werken met (noem het maar) realistisch rekenen. Nu zit er een ongetwijfeld deskundige gedachte achter om terug te gaan naar stampen, rijtjes en staartdelingen op de manier zoals opa dat vroeger leerde. Prima, maar WE moeten helemaal niets. En WE zijn prima in staat om kinderen die baat hebben bij rijtjes opdreunen, rijtjes op te laten dreunen. De rest werkt liever vanuit een realistische context. Zoals: hoeveel tennisballen passen er in een toiletpot voordat het riool verstopt raakt en de meester met rook uit zijn oren de klas in komt stormen?

Doortrekken mag.

Met vriendelijke groeten,

Edwin Borger

Gepubliceerd in Columns, Geen categorie.