Samenvatting Onderzoek SLO: 21e eeuwse vaardigheden in het curriculum van het funderend onderwijs

In het huidige onderwijsdebat is er veel aandacht voor het onderwijs van de toekomst. De discussie richt zich onder meer op de vraag welke kennis en vaardigheden van belang zijn om leerlingen voor te bereiden op een snel veranderende maatschappij. Veel van deze vaardigheden worden samengevat onder de noemer ‘21e eeuwse vaardigheden’. Het betreft generieke vaardigheden en daaraan te koppelen kennis, inzicht en houdingen die nodig zijn om te functioneren in en bij te dragen aan de toekomstige samenleving.

Het Ministerie van OCW heeft SLO gevraagd te onderzoeken wat deze vaardigheden precies inhouden en in hoeverre ze aandacht krijgen c.q. zouden moeten krijgen in het funderend onderwijs (het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs).

In de eerste fase van het onderzoek zijn de vaardigheden gedefinieerd op basis van literatuuronderzoek en expertbevraging. Deze verkenning resulteerde in een conceptueel kader bestaande uit acht vaardigheden: creativiteit, kritisch denken, probleemoplosvaardigheden, communiceren, samenwerken, digitale geletterdheid, sociale en culturele vaardigheden en zelfregulering. Bij digitale geletterdheid gaat het om een combinatie van ICT-(basis)vaardigheden (kunnen omgaan met ICT en computational thinking), informatievaardigheden en mediawijsheid. De conclusie van deze fase is dat internationaal brede overeenstemming bestaat over het belang van de genoemde vaardigheden, maar dat nog weinig bekend is over effectieve invoeringspraktijken en haalbare leeropbrengsten in het funderend onderwijs

In de tweede fase van het onderzoek is nagegaan op welke wijze 21e eeuwse vaardigheden zijn beschreven in het beoogde curriculum. Daartoe zijn de kerndoelen, referentieniveaus en een selectie van leermiddelen voor po en onderbouw vo onderzocht op basis van het conceptueel kader. De conclusie van deze analyse is dat het huidige curriculum scholen en leraren weliswaar de ruimte biedt een schooleigen invulling te geven aan de vaardigheden, maar weinig richting en stimulans verschaft. In de kerndoelen en referentieniveaus komen de vaardigheden weinig expliciet voor, en in de reguliere methodes weinig substantieel en systematisch. Wel zijn er veel additionele leermiddelen met activiteiten gericht op de vaardigheden, maar de inzet daarvan is afhankelijk van individuele keuzes van leraren. Voor de vaardigheden creativiteit en probleemoplosvaardigheden is er zowel in kerndoelen, referentieniveaus als leermiddelen relatief de minste aandacht. Dit geldt ook voor alle aspecten van digitale geletterdheid in het po. In de onderbouw van het vo is er relatief wat meer aandacht voor basiskennis ICT en informatievaardigheden, maar komen mediawijsheid en computational thinking beperkt aan de orde

In de derde fase van het onderzoek is aan de hand van een vragenlijst onder ruim 1600 leraren po en onderbouw vo en via case studies in negen po- en tien vo-scholen, onderzocht op welke wijze de 21e eeuwse vaardigheden deel uitmaken van de lespraktijk. Dit onderzoek laat zien dat leraren in po en onderbouw vo bekend zijn met de 21e eeuwse vaardigheden en het belangrijk vinden er bewust aandacht aan te besteden. Leraren geven aan soms tot regelmatig aandacht te besteden aan de vaardigheden. Samenwerken, sociale en culturele vaardigheden en kritisch denken komen relatief het meest aan de orde. Uit de case studies blijkt echter dat deze aandacht over het algemeen weinig doelgericht en structureel is. Leraren hebben de intentie er aandacht aan te besteden, maar in de praktijk blijkt het vaak complexer dan gedacht lesactiviteiten te ontwikkelen die de 21e eeuwse aspecten van de vaardigheid voldoende tot uitdrukking brengen. Met name kritisch denken en probleemoplosvaardigheden worden als lastig ervaren. Verder valt op dat leraren in de bovenbouw po significant meer aandacht besteden aan de vaardigheden dan leraren in de onderbouw vo. Scholen die meer aandacht besteden aan de vaardigheden, doen dat vaak vanuit hun pedagogische visie of schoolprofiel (bijvoorbeeld technasium, cultuurprofielschool). Er zijn geen scholen die alle vaardigheden in de volle breedte aan de orde stellen. Leraren hebben de intentie in de toekomst de 21e eeuwse vaardigheden een grote(re) rol te laten spelen in hun lessen. De meerderheid van de leraren voelt zich echter onvoldoende toegerust om de vaardigheden vorm te geven in het onderwijs. Leraren hebben behoefte aan houvast, vooral in de vorm van professionalisering, lesmateriaal en goede praktijkvoorbeelden.

De conclusie van het onderzoek is dat de 21e eeuwse vaardigheden weinig doelgericht en structureel aan de orde komen in het huidige curriculum voor het funderend onderwijs. Gegeven het belang van de 21e eeuwse vaardigheden voor de toerusting van leerlingen en de beperkte aandacht in het huidige curriculum, is het wenselijk de positie van de vaardigheden in het beoogde en uitgevoerde curriculum te versterken. Scholen en leraren spelen daarbij een cruciale rol en moeten voldoende ruimte krijgen er lokaal invulling aan te geven. Ruimte voor innovatie van onderop is echter niet voldoende: scholen hebben steun en stimulans nodig om de ruimte productief te benutten. Om leraren te stimuleren zijn vier vormen van ondersteuning van belang:
• curriculaire uitwerking: concretisering van de vaardigheden uit het conceptueel kader in de vorm van voorbeeldlesmateriaal;
• toetsing: ontwikkeling van bruikbare kaders en instrumenten voor het volgen en beoordelen van leerlingen;
• professionalisering: ruim aanbod van nascholingsactiviteiten en netwerken van school voor kennisdeling;
• leermiddelen: meer aandacht voor de vaardigheden in methodes en een bredere ontsluiting van additionele leermiddelen.

Ook wordt aanbevolen de 21e eeuwse vaardigheden een meer zichtbare plek in de landelijke leerplankaders te geven. Om leraren meer richting en houvast te bieden ten aanzien van de 21e eeuwse vaardigheden, is het van belang niet-verplichtende concretiseringen te ontwikkelen van de huidige kerndoelen. Een tweede aanbeveling is de 21e eeuwse vaardigheden als expliciet thema mee te nemen in een periodieke herijking van het curriculum. Mocht het naar aanleiding daarvan tot een herziening van de kerndoelen komen, dan wordt aanbevolen de vaardigheden expliciet te benoemen als onderdeel van een overkoepelende visie en ze meer zichtbaar te maken in de kerndoelen voor de verschillende leergebieden. Daarbij valt te overwegen de drie onderscheiden aspecten van digitale geletterdheid – ICT-(basis)vaardigheden, informatievaardigheden en mediawijsheid – apart te benoemen vanwege hun verschillende accenten.

 

http://downloads.slo.nl/Repository/21e-eeuwse-vaardigheden-in-het-curriculum-van-het-funderend-onderwijs.pdf

Gepubliceerd in Media.