Social Media in het onderwijs, van moeten naar willen.

Social Media Club Amsterdam organiseerde in het kader van social media in het onderwijs woensdag 15 februari een themameeting met als centrale vraag: ‘Hoe kunnen basisscholen en universiteiten social media onderdeel maken van het lesprogramma of curriculum?’

In een volle zaal in het Loyd Hotel kwamen twee sprekers aan bod, Sanne Kuyt en Wolter Mooi. Kuyt, voormalig basisschooldocent en momenteel werkzaam bij Waag Society, houdt zich bezig met (het implementeren van) social media in het basisonderwijs. Mooi, hoogleraar pathologie aan de VUmc, zet Facebook en andere social media op een succesvolle manier in om zijn lesstof te verrijken en de communicatie met studenten te verbeteren.

Oud trucje

Veel leerkrachten zien vooral de negatieve zijde van social media. Incidenten zoals cyberpesten of negatieve berichtgeving over de school op Hyves, Facebook of Twitter hebben leerkrachten en directie angstig gemaakt. Toch heerst op basisscholen het gevoel ‘iets te moeten doen met social media’. Deze instelling, niet willen maar wel moeten, is alles behalve productief. Scholen moeten inzien hoe social media in hun voordeel kunnen werken. Kuyt is bang dat wanneer scholen niets doen met social media de leerlingen op school slechts een ‘oud trucje’ leren. Hiermee bedoeld Kuyt dat leerlingen social media en andere online tools voor allemaal verschillende doeleinden gebruiken in het dagelijks leven, maar dat deze op school genegeerd worden. Leerkrachten raken hierdoor te ver verwijderd van de belevingswereld van leerlingen.

(On)begrensde mogelijkheden

Werkstukken maken met WikiKids, waarbij leerlingen moeten samenwerken en elkaar verbeteren; elk leerjaar een eigen klassenblog; handige sites delen via yurls.net. Social media zouden vervlochten moeten zijn met het onderwijs. Behalve het verrijken van de leerstof en het leren omgaan met handige online tools is het ook van belang dat leerkrachten aangeven wat wel en wat niet kan. Het begeleiden van leerlingen, aangeven wat handig is om te delen en wat niet, moet onderdeel van de lesstof worden.

Bottom-up

Wat Kuyt steeds vaker ziet is dat leerkrachten zelf met initiatieven komen, zoals instructiefilmpjes waarin leerlingen iets uitleggen op een eigen YouTube-kanaal. Ook ouders komen soms met goede ideeën. Waar leerkrachten en ouders regelmatig tegenaan lopen is de directie die eerst over het initiatief wil nadenken. Om draagvlak te creëren is het volgens Kuyt handig om juist te trekken aan de mensen die welwillend tegenover het gebruik van social media staan (leerkrachten en ouders). Op die manier kan er verandering ontstaan.

Bekijk hier de Lipdub die Sanne Kuyt met zijn leerlingen heeft gemaakt. Inmiddels is het filmpje ruim 45.000 keer bekeken. Naast dat de leerlingen van Sanne Kuyt zelf de mogelijkheden van social media hebben kunnen zien is dit filmpje met vrolijke en enthousiaste leerlingen ook goed voor de uitstraling en imago van de school.

Profilering & activering

Scholen kunnen zichzelf veel sterker online profileren. Waarom wachten totdat een van de ouders of leerlingen een (positief of negatief) bericht online zet? Voor een oriënterende ouder/kind is de eerste kennismaking met de school vaak online. Naast een helder profiel van de school is het ook leuk om bijvoorbeeld een filmpje te vinden of het laatste nieuws te kunnen volgen via Twitter. Kuyt benadrukt dat ook de ouderparticipatie verhoogd kan worden m.b.v. social media. Ouders laten meedenken of activeren kan bijvoorbeeld via een oproep op Facebook of Twitter.

Docent, laat je gezicht zien!

Prof. Dr. Wolter Mooi is een schoolvoorbeeld van hoe social media het onderwijs kunnen verrijken. Op zijn Facebook pagina postte hij oorspronkelijk informatie over zichzelf, over zijn vakgebeid en over zaken die hem aan het hart gaan. Ondertussen deelt Mooi tientallen zelfgemaakte video’s waarin hij de lesstof uitlegt. Ook maakt hij gebruik van Google Docs en e-learning.

Met bijna 1100 vrienden op Facebook bereikt Mooi ondertussen een breed publiek. Hij vindt het leuk om te zien dat studenten van andere universiteiten zich aanmelden, zijn materiaal bekijken en zich mengen in discussies. Mooi vertelt dat er wel een aantal aandachtspunten zijn bij het gebruik van Facebook. Plaats geen (negatieve) opmerkingen waar je later spijt van krijgt (ook je toekomstige werkgever kan meekijken). Ook kan de gevoelstemperatuur flink oplopen. Het stellen van duidelijke grenzen is hierom dan ook noodzakelijk.

Bekijk hier de YouTube pagina van Mooi. Hij heeft verschillende webcolleges gemaakt over de onderwerpen waar hij normaal gesproken college over geeft. Deze methode kan ook op de voortgezet onderwijs en primair onderwijs worden toegepast. Denk hierbij aan het maken van een instructiefilmpje over bijvoorbeeld breuken. Kinderen kunnen deze bijvoorbeeld tijdens het maken van hun huiswerk nog eens terugkijken.

De manier waarop Mooi Facebook gebruikt is bijzonder geschikt voor het hoger onderwijs. Op het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs moet wat voorzichtiger worden omgesprongen met het gebruik van dit medium. Veel leerkrachten vragen zich af of ze de aanmeldingen die ze van hun leerlingen binnenkrijgen moeten accepteren. Het devies is hier altijd; maak een apart account aan voor op school. Op deze manier ben je in contact met leerlingen en kun je relevante dingen delen, maar hou je privéberichten, vakantiefoto’s etc. gescheiden.

Concluderend: Integreer social media in het onderwijs. Kom dichterbij de belevingswereld van de leerlingen, verrijk de lesstof en het contact met studenten en versterk ouderparticipatie!

Lees ook:

Gepubliceerd in Publicaties.