21e eeuwse vaardigheden

Communiceren

Het gaat bij communiceren om het effectief en efficiënt overbrengen en ontvangen van een boodschap. Meer specifiek gaat het om het:

  • doelgericht kunnen uitwisselen van informatie met anderen (spreken, luisteren, de kern van een boodschap herkennen, effectief verwoorden, duidelijk zijn, ruis voorkomen);
  • kunnen omgaan met verschillende communicatieve situaties (gesprekken, presentaties, debatten, etc.) en het kennen van de gesprekstechnieken, -regels en sociale conventies bij elke situatie;
  • kunnen omgaan met verschillende communicatiemiddelen (teksten, films) en het hanteren van verschillende strategieën daarbij;
  • hebben van inzicht in de mogelijkheden die ICT biedt om effectief te communiceren.

model 21e eeuwse vaardighedenCreatief denken en handelen

Creatief denken en handelen is het vermogen om nieuwe en/of ongebruikelijke maar toepasbare ideeën voor bestaande vraagstukken te vinden. Hierbij horen:

  • het kennen en hanteren van creatieve technieken;
  • het denken buiten gebaande paden;
  • nieuwe samenhangen kunnen zien;
  • het durven nemen van (verantwoorde) risico’s;
  • fouten kunnen zien als leermogelijkheden;
  • en een ondernemende en onderzoekende houding.

Naast het vernieuwende aspect moet ook aandacht zijn voor toepasbaarheid en bruikbaarheid in een specifieke context. Creatief vermogen wordt het sterkst ontwikkeld in een rijke leeromgeving waarin kinderen gestimuleerd worden om zelf oplossingen te bedenken.

Zelfregulering

Zelfregulering houdt in: zelfstandig handelen en daarvoor verantwoordelijkheid nemen in de context van een bepaalde situatie/omgeving, rekening houdend met de eigen capaciteiten. Het gaat om het heft in handen nemen en niet klakkeloos aanwijzingen of voorschriften volgen. Daarvoor is het nodig zicht te hebben op de eigen doelen, motieven en capaciteiten. Kinderen en jongeren moeten zich voorbereiden op een (beroeps)leven waarin ze zelfstandig hun kennis op peil moeten houden, nieuwe kennis en vaardigheden moeten verwerven en verantwoordelijkheid moeten nemen voor ‘een leven lang leren’.
In het onderwijs is aandacht voor zelfregulering en zelfregulerend leren noodzakelijk. Leerlingen in het basisonderwijs kunnen al zelfregulerende vaardigheden aanleren. Ook bij jonge kinderen kan sprake zijn van zelfregulering, al zullen de contexten, de complexiteit van taken, de aard en omvang van de impulsen uit de omgeving en de keuzemogelijkheden in het eigen handelingsrepertoire anders zijn dan bij oudere leerlingen. Naarmate leerlingen ouder worden kunnen ze steeds beter  metacognitieve kennis en vaardigheden toepassen. Onderwijs dat expliciet aandacht besteedt aan zelfregulering stimuleert leerlingen om hun eigen verantwoordelijkheid te nemen en meer zelfstandig keuzes te maken en taken uit te voeren.

Computational thinking

ICT-basisvaardigheden, mediawijsheid, informatievaardigheden en computational thinking behoren tot het domein Digitale geletterdheid.

Computational thinking is het procesmatig (her)formuleren van problemen op een zodanige manier dat het mogelijk wordt om met computertechnologie het probleem op te lossen. Het gaat daarbij om een verzameling van denkprocessen waarbij probleemformulering, gegevensorganisatie, -analyse en -representatie worden gebruikt voor het oplossen van problemen met behulp van ICT-technieken en -gereedschappen.
Computational thinking richt zich op de vaardigheden die essentieel zijn om problemen op te lossen waarbij veel informatie, variabelen en rekenkracht nodig zijn. Het is daarbij belangrijk om te begrijpen hoe informatie tot stand komt zodat je computersystemen kan benutten voor probleemoplossen, voor het denken in stappen en daarmee in voorwaardelijkheden voor volgorde van de benodigde gegevens. Computertechnologie gebruiken bij het zoeken naar oplossingen betekent inzicht krijgen in algoritmes (een reeks instructies om vanaf een beginpunt een bepaald doel te bereiken) en procedures (een verzameling activiteiten die in een bepaalde volgorde moet worden uitgevoerd).

ICT basisvaardigheden

ICT-basisvaardigheden zijn de kennis en vaardigheden die nodig zijn om de werking van computers en netwerken te begrijpen, om te kunnen omgaan met verschillende soorten technologieën en om de bediening, de mogelijkheden en de beperkingen van technologie te begrijpen. Het begrip computer wordt hier breed gebruikt, niet alleen als personal computer, desktop of tablet, maar elke technologie waarin een microprocessor is gebruikt die op basis van ingevoerde gegevens volgens een programma een aantal logische handelingen verricht met als uitvoer bepaalde algoritmes en tijdelijke opslag van gegevens.
Informatievaardigheden
Informatievaardigheden omvat het scherp kunnen formuleren en analyseren van informatie uit bronnen, het op basis hiervan kritisch en systematisch zoeken, selecteren, verwerken, gebruiken en verwijzen van relevante informatie en deze op bruikbaarheid en betrouwbaarheid beoordelen en evalueren. In de context van 21e-eeuwse vaardigheden gaat het hierbij vaak om digitale bronnen.

Mediawijsheid

De term ‘mediawijsheid’ werd in 2005 geïntroduceerd in het advies van de Raad voor Cultuur Mediawijsheid: de ontwikkeling van nieuw burgerschap. In het advies benadrukt de Raad hoe groot de impact van media op ons bestaan is: “Weinig blijft onberoerd door het effect van media; media worden steeds meer context, inhoud en bemiddelaars van informatie, kennis en ervaring.” […] Van elementen in een omgeving zijn media de omgeving zelf geworden.” In deze gemedialiseerde samenleving hebben burgers nieuwe competenties nodig om optimaal te kunnen functioneren, produceren en participeren. De Raad vat deze competenties samen in het begrip mediawijsheid, dat gedefinieerd wordt als “het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld”.

Samenwerken

Bij samenwerken gaat het om het gezamenlijk realiseren van een doel en anderen daarbij kunnen aanvullen en ondersteunen. Meer specifiek gaat het om:

  • verschillende rollen bij jezelf en anderen (h)erkennen;
  • hulp kunnen vragen, geven en ontvangen;
  • een positieve en open houding ten aanzien van andere ideeën;
  • respect voor culturele verschillen;
  • kunnen onderhandelen en afspraken maken met anderen in een team;
  • kunnen functioneren in heterogene groepen;
  • effectief kunnen communiceren.

Sociale en culturele vaardigheden

Bij deze vaardigheden gaat het om het effectief kunnen leren, werken en leven met mensen met verschillende etnische, culturele en sociale achtergronden. Meer specifiek gaat het om:

  • constructief kunnen communiceren in verschillende sociale situaties met respect voor andere visies, uitingen en gedragingen;
  • het (her)kennen van gedragscodes in verschillende sociale situaties;
  • eigen gevoelens kunnen herkennen en gekanaliseerd en constructief kunnen uiten;
  • het tonen van inlevingsvermogen en belangstelling voor anderen;
  • bewust zijn van de eigen individuele en collectieve verantwoordelijkheid als burger(s) in een samenleving.

Probleemoplossend denken en handelen

Probleemoplossend denken en handelen is het vermogen om een probleem te (h)erkennen en tot een plan te komen om het probleem op te lossen. Meer specifiek gaat het daarbij om:

  • problemen signaleren, analyseren en definiëren;
  • strategieën kennen en hanteren om met onbekende problemen om te gaan;
  • oplossingsstrategieën genereren, analyseren en selecteren;
  • patronen en modellen creëren en beargumenteerde beslissingen nemen.

Daarbij is het proces dat leidt tot het oplossen van het probleem belangrijker dan het vinden van de oplossing zelf, moet het probleem gedefinieerd zijn in een specifieke context en moet er gebruik worden gemaakt van vakinhoudelijke kennis en vaardigheden om tot een oplossing te komen.

Kritisch denken

Bij kritisch denken gaat het om het vermogen om zelfstandig te komen tot weloverwogen en beargumenteerde afwegingen, oordelen en beslissingen. Denkvaardigheden zijn nodig om informatie te doorzien en op waarde te schatten, onjuistheden te signaleren en om een visie of mening tegen het licht te houden. Op basis daarvan kan beargumenteerd een eigen oordeel of standpunt bepaald worden of een beslissing worden genomen. Denkvaardigheden zijn hier onlosmakelijk verbonden met een kritische houding, waarbij het gaat om het verlangen om goed geïnformeerd te zijn, de neiging om redenen en oorzaken te zoeken, ruimdenkendheid, respect voor standpunten van anderen en de bereidheid om die standpunten mee te wegen. Kritisch denken is een bewuste activiteit waarbij ook reflectie en zelfregulerend vermogen van belang zijn: een kritisch denker onderzoekt het eigen denkproces en stelt zo nodig zijn beslissing, opvatting of handeling bij.