Feedback

Bij het geven van feedback koppel je terug wat je vindt van de resultaten van iemand zijn werk. Daarnaast vraag je naar de effecten van zijn gedrag. Feedback krijgen vergroot je zelfkennis. Organisaties hebben tevens een continue stroom van feedback nodig omdat ze zich snel moeten kunnen aanpassen aan de veranderingen van haar omgeving.

Regels voor het geven van feedback

  1. Bedenk wat de bedoeling is van het geven van feedback. Geef je feedback zodat de ander zich kan verbeteren, om irritatie uit te spreken, om te laten merken dat je tevreden bent etc.?
  2. Feedback moet beschrijvend zijn, niet interpreterend, oordelend of adviserend.
  3. Feedback moet betrekking hebben op concreet aanwijsbaar en waargenomen gedrag.
  4. Begin met iets positiefs.
  5. Gebruik een ik-boodschap.
  6. Laat je gesprekspartner reageren. Vraag of de ander begrijpt wat je zegt.

Regels voor het ontvangen van feedback

  1. Laat de feedback goed tot je doordringen. Ga niet meteen in discussie en verwerp de feedback niet meteen.
  2. Eventueel kun je vragen om verheldering, vraag naar concrete situaties.
  3. Controleer of anderen het ook zo zien of ervaren.
  4. Vraag om feedback die je zelf graag wilt krijgen.
  5. Bepaal wat je gaat doen naar aanleiding van de verkregen feedback.

Zie ook: 360 graden feedback.