Kwalitatief onderzoek

Hoe mensen erover denken in plaats van hoeveel mensen er zo over denken

Kwalitatief onderzoek geeft inzicht in hoe mensen denken over een bepaald onderwerp. Het geeft geen antwoord op de vraag ‘hoeveel mensen’ er zo over denken. Kwalitatief onderzoek is zoeken naar ideeën, achtergronden, motieven, weerstanden en beweegredenen. Het is bij uitstek geschikt voor ‘waarom-vragen’.

In dit artikel:

Voordelen en nadelen van kwalitatief onderzoek

Voordelen Nadelen
Er kan worden doorgevraagd naar het waarom of naar motieven. De resultaten zijn hooguit indicatief, niet representatief.
De opdrachtgever kan eventueel meekijken naar het onderzoek; dat kan veel inzicht opleveren. De opdrachtgever moet de resultaten – met behulp van het onderzoekbureau – zelf op waarde schatten en interpreteren.
De respondent krijgt de gelegenheid zijn verhaal te vertellen. De manier van vragen is niet sterk gestandaardiseerd, waardoor de antwoorden niet altijd eenduidig zijn.
Omdat de vragenlijst niet dwingend is maar richtinggevend, kan er worden ingegaan op onverwachte situaties Vaak duurder dan kwantitatief onderzoek
De resultaten zijn ‘levensecht’ omdat ze goed in een kader geplaatst kunnen worden Beperkte, selecte groep ipv ruime representatie van de doelgroep

Kwalitatief vs. kwantitatief onderzoek

Kwalitatief onderzoek Kwantitatief onderzoek
Interpretatief en subjectief Objectief en is gericht op cijfers
De ‘waarom’ en ‘hoe’ vraag Vragen met hoeveelheid, aantallen, tijdsduur etc.
Interviews, literatuuronderzoek, observatieonderzoek en casestudies Experimenteel onderzoek, secundaire analyses, surveyonderzoek en monitoring
Kwalitatieve analyse vaak gedaan in combinatie met kwantitatieve methoden. Met kwantitatieve gegevens kun je gemiddeldes berekenen, de frequentie van een bepaald antwoord tellen of de gegevens in procenten verdelen (met bijv. SPSS, Excel en SAS)
Presentatie via logboek, een mindmap of een boomdiagram Presentatie vaak weergegeven in een tabel of grafiek.

Overzicht kwantitatieve onderzoeksinstrumenten Scholen met Succes

In kwalitatief onderzoek gaat het om het verkennen en inzichtelijk maken van een thema of vraagstuk. De thema’s/vraagstukken worden in een voorgesprek met de school (opdrachtgever) vastgesteld. Vervolgens wordt op basis van deze gegevens een itemlijst of gespreksleidraad opgesteld. Scholen met Succes voert de volgende kwalitatieve onderzoeken uit:

Panelgesprekken

Groeps- of panelgesprekken zijn erop gericht ideeën en meningen over een bepaald onderwerp te inventariseren. Het groepsgesprek is hiervoor uitermate geschikt omdat een discussie tussen groepsleden het genereren van argumenten en motieven stimuleert. Groepsgesprekken zijn met name geschikt voor doelgroepenonderzoek waarbij opinies, associaties, belevingen, bindingen en barrières onder de doelgroep worden achterhaald. Daarnaast kunnen groepsgesprekken goede input leveren voor conceptontwikkeling, bijvoorbeeld door middel van het toetsen van ideeën.

Een panelgesprek is een gesprek met een groep ouders (6 à 8 personen) en een onderzoeker. De selectie en het uitnodigen van ouders is een taak van de school onder regie van Scholen met Succes en aan de hand van gerichte criteria zodat een representatieve doorsnede van de populatie ontstaat.

Het belangrijkste doel van de panelgesprekken is het leren kennen van de opvattingen van de deelnemers over een bepaald thema. Thema’s van panelgesprekken kunnen zijn: schoolkeuzemotieven, onderwijskwaliteit, profilering, wervingskracht, tevredenheid, verhuizing/ verbouwing of de invoering van nieuwe lesmethoden.

De deelnemers komen samen tot bepaalde meningen, opvattingen en suggesties. Het panel vormt input voor (communicatie)beleid, maar is tegelijkertijd ook een middel voor goed partnerschap. Het vragen naar de opvattingen, de wensen of de verwachtingen en de waardering van ouders draagt bij aan een goede samenwerking tussen school en ouders.

Gemiddeld duurt een panelgesprek 1,5 tot 2 uur

Interviews

Individuele interviews worden toegepast wanneer men de persoonlijke mening van een individu over een bepaald onderwerp wil achterhalen. Zeker wanneer er sterke sociale normen over een onderwerp bestaan is een individueel gesprek beter geschikt dan een groepsgesprek. Ook wanneer men zeer ver de diepte in wil, is deze methode meer geschikt dan een groepsgesprek.

Telefonisch

Een telefonisch interview is een half gestructureerd vraaggesprek waarbij één respondent worden ondervraagd over bijvoorbeeld schoolkeuze en beeldvorming. Doelgroep zijn doorgaans ouders van de eigen of van andere scholen of ouders die de school hebben verlaten. De selectie en het benaderen/uitnodigen van ouders gebeurt door de school onder regie van Scholen met Succes. Een telefonisch interview duurt doorgaans ongeveer een half uur.

Face to face

Een face to face interview is een half gestructureerd persoonlijk vraaggesprek waarbij ook hulpmiddelen en handouts worden gebruikt, zoals een situatiekaart, een voorbeeld van huisstijl, een lijst met schoolkeuzemotieven of een schaal met imago-items. Er kan bij een dergelijk interview iets dieper en indringender op zaken worden ingegaan. Doelgroep is doorgaans een selectie (door school onder regie van Scholen met Succes) van sleutelinformanten die de situatie vanuit een specifieke expertise of vanuit helikopterview kunnen benaderen. Denk een bestuurders, wethouders, toeleverende scholen of peuterspeelzalen, onderwijsbegeleiders, buurtcentra of wijkagenten. Een face to face interview duurt doorgaans ongeveer een uur.

Streetcorner interviews

Een streetcorner interview is een gestructureerd kort face to face gesprek dat vaak letterlijk op straat plaatsvindt, bijvoorbeeld bij de uit/ingang van een winkelcentrum of supermarkt. Doelgroep zijn ouders van jonge kinderen in de leeftijd van 2-12. Hen wordt in algemene zin naar schoolkeuzeproces en –motieven gevraagd en naar het imago van de in de wijk aanwezige scholen. Dat laatste zowel via spontane als via geholpen associaties. Een serie streetcorner interviews duurt doorgaans een middag en een gesprek varieert van 5 tot 15 minuten.

Onderwijscafé

In een onderwijscafé spreken deelnemers aan wisselende tafels (van maximaal 5 personen) met elkaar over een bepaald thema. In een cafésetting, onder het genot van een drankje en een hapje praten deelnemers met elkaar over dit onderwerp. Na elke 15 tot 20 minuten blijft 1 persoon (de gastheer/gastvrouw) zitten en gaan de anderen elk een andere tafel opzoeken. Zo vinden 3 tot 5 rondes plaats over dit onderwerp. Elke nieuwe ronde licht de gastheer/gastvrouw de nieuwkomers aan zijn/haar tafel kort in over wat in de vorige ronde is gezegd en gaan deelnemers daarna verder discussiëren en brainstormen.

Tijdens de rondes kan iedere deelnemer aantekeningen maken op het papieren tafelkleed of op geeltjes. Na de laatste ronde verzamelt de gastheer/gastvrouw alle opmerkingen, hangt het tafellaken/sheet op en geeft een korte toelichting. Hierover kan plenair nog worden gesproken tijdens een gezellige borrel. De volgende dag staat er een fotoverslag in de nieuwsbrief en op de website waarbij ook is aangegeven wanneer de school met een samenvatting van de resultaten en met plannen komt.

Deskresearch

Een deskresearch is het verzamelen van gegevens die al beschikbaar zijn over een bepaald onderwerp. Dit kan worden ingezet voor twee uiteenlopende redenen:

  • om te voorkomen dat met een nieuw onderzoek wordt achterhaald wat feitelijk al bekend was
  • om structuur aan te brengen in een grote hoeveelheid van gegevens

Vaak wordt deskresearch gecombineerd met expert-interviews om de gegevens van meer betekenis te voorzien.

De deskresearch vormt vaak het startpunt van een onderzoeks- of profileringstraject en is gericht op het verzamelen van gegevens die al beschikbaar zijn over een bepaald onderwerp. De belangrijkste resultaten uit bestaand onderzoeksmateriaal zoals inspectierapport, tevredenheidspeiling, cfi/duo, cbs, gemeentelijke statistieken en schooladministratie worden samengevat. Specifieke producten van Scholen met Succes zijn:

Marktprofiel

Een marktprofiel is een schriftelijke rapportage waarmee de marktsituatie van de school in kaart wordt gebracht. U krijgt daarmee inzicht in de concurrentie verhoudingen, uw marktaandeel, leerlingstromen en ontwikkeling van de basisgeneratie. Het rapport wordt gemaakt op basis van demografisch cijfermateriaal van o.a.: gemeente, CFI, CBS en de school zelf. De inhoud van een marktprofiel is afhankelijk is van de beschikbaarheid van de data.

Communicatiemiddelenanalyse

Vergelijkende analyse van de communicatiemiddelen (website, schoolgids/kalender, nieuwsbrief, folder) van de eigen school en de belangrijkste concurrent(en) op de volgende punten:

  • De uitstraling & sfeer van het communicatiemiddel
  • Profilering: zichtbaarheid van visie & pluspunten van de school
  • Taalgebruik, opbouw van de tekst, vormgeving & huisstijl
Beschrijving marktsituatie

Aan de hand van de beschrijving marktsituatie (door school zelf in te vullen) en bestaande onderzoeken brengen we de huidige situatie van de school in beeld. In combinatie met het marktprofiel vormt dit product directe input voor een marketing- of communicatieplan.

Verbeterscan

De Verbeterscan is onderdeel van onze kwantitatieve instrumenten en vormt doorgaans een vervolg op de tevredenheidspeilingen. Het is een online vragenlijst bestaande uit open vragen. Aan de hand van de door de school aangegeven thema’s/vraagstukken wordt een vragenlijst opgesteld. Deze vragenlijst wordt per mail aan alle ouders van de school voorgelegd. In de kwantitatieve versie worden de antwoorden van ouders ongeredigeerd opgenomen in de rapportage. In de kwalitatieve versie worden de resultaten geclusterd, geredigeerd en wordt een samenvatting en analyse gegeven. In deze versie vormt dit instrument een prima input voor verbetergesprekken met personeelsleden (tijdens functioneringsgesprekken bijvoorbeeld) of groepen ouders (via mr bijvoorbeeld) of leerlingen (via leerlingenraad bijvoorbeeld).

Van het web geplukt: over cijfers

Cijfers vragen om toelichting

Cijfers vragen om toelichting en geven slechts een beeld van een deel van het gehele onderwijs van een school. In een reeks van jaren is het bovendien gebruikelijk dat er incidenteel afwijkingen op het normale beeld voorkomen. Vooral op kleinere scholen kan de samenstelling van een groep in een bepaald jaar een positieve of negatieve afwijking van de normale scores tot gevolg hebben. De directie van de school is graag bereid de cijfers toe te lichten en aan te geven op welke wijze zij daar mee om gaat.

(http://www.deboschuil.nl/Flex/Site/Page.aspx?PageID=28720)

De kleine prins

In De kleine prins schrijft Antoine de Saint-Exupery: ‘Grote mensen houden van cijfers. Wanneer je hen vertelt van een nieuwe vriend vragen ze nooit het belangrijkste. Ze zeggen nooit: “Hoe klinkt zijn stem? Van welke spelletjes houdt hij het meest? Verzamelt hij vlinders?”

Maar ze vragen: “Hoe oud is hij? Hoeveel weegt hij? Hoeveel broertjes heeft hij? En hoeveel verdient zijn vader?” Dan pas vinden ze dat ze hem kennen.

(http://theoptimist.nl/mailwin_alternatieven_voor_economisering_van_de_samenleving/#sthash.djq58NKD.dpuf)

Iedereen een tien!

Benjamin Zander is dirigent van het Boston Filharmonisch Orkest en geeft les aan het conservatorium. Als docent zag hij dagelijks het schadelijke effect van de hierarchisch ingedeelde wereld van cijfers, meten en vergelijken. Een uitvoering van een opera van Puccini stond nooit op zichzelf, maar werd meteen afgezet tegen de uitvoering van Pavarotti. Zander zag maar een oplossing: iedereen een tien.

Wat zou er gebeuren als je vooraf al iedereen een tien gaf? Vanuit dit idee kwamen we op de gedachte om hen allemaal het enige cijfer te geven dat hen rust zou brengen – niet als een meetinstrument – maar als een middel om hen open te laten staan voor alle mogelijkheden.

‘In deze klas krijgt elke student voor dit onderdeel een tien’, vertel ik vervolgens aan mijn studenten. ‘Jullie moeten echter aan één voorwaarde voldoen om dit cijfer te verdienen: binnen twee weken schrijf je me een brief met als datum “volgend jaar mei”, die begint met de woorden “Beste meneer Zander, ik heb een tien gekregen omdat”. En in die brief vertel je zo gedetailleerd mogelijk wat er volgend jaar mei allemaal met je is gebeurd dat dit uitzonderlijk hoge cijfer rechtvaardigt.’ Ik leg uit, dat ze zich bij het schrijven van hun brief in de toekomst moeten verplaatsen, dan moeten terugkijken en verslag doen van alle inzichten die ze hebben verworven en mijlpalen die ze hebben bereikt – alsof ze die successen al achter zich hebben liggen. Alles dient in de verleden tijd te worden geformuleerd. Uitdrukkingen als ‘ik hoop’, ‘ik ben van plan’ of ‘ik zal’ mogen er niet in voorkomen. Als ze dat willen, mogen de studenten specifieke doelen vermelden die ze hebben bereikt, of een concours dat ze hebben gewonnen. ‘Maar ik ben vooral geïnteresseerd’, zeg ik tegen ze, ‘in de persoon die je volgend jaar mei bent geworden. Ik ben benieuwd naar de levensinstelling, de gevoelens en het wereldbeeld van die persoon, die dan alles heeft gedaan dat ze wilde doen, of alles is geworden wat hij wilde zijn.’ Ik zeg ook dat ik wil dat ze hevig verliefd worden op de persoon die ze in hun brief beschrijven.

Toen het eerste experiment met geef een tien een paar weken draaide, vroeg ik aan mijn klas hoe ze het hadden ervaren om het semester met een tien te beginnen, voor ze zichzelf hoe dan ook hadden hoeven te bewijzen. Tot mijn verrassing stak een student uit Taiwan zijn hand op.

‘In Taiwan,’ zo legde hij uit, ‘was ik nummer achtenzestig van de zeventig studenten. Ik kom naar Boston, en meneer Zander geeft me een tien. Erg verwarrend. Ik loop maar rond, drie weken, erg in de war. Ik ben nummer achtenzestig, maar meneer Zander vindt mij een tien waard. Ik ben nummer achtenzestig, maar meneer Zander vindt mij een tien. Op een dag merk ik veel gelukkiger te zijn als tien dan achtenzestig. Dus besluit ik dat ik tien ben.’

Deze student had in een briljant moment van inzicht het ‘geheim van het leven’ te pakken gekregen. Hij had beseft dat het allemaal bedacht is, het is allemaal een spelletje. Nummer achtenzestig is bedacht en de tien is bedacht, dus kunnen we net zo goed iets bedenken dat ons leven en het bestaan van de mensen om ons heen opvrolijkt.

(http://theoptimist.nl/iedereen-een-tien/#sthash.I7LTj93k.dpuf)

Geen rapportcijfer voor het onderwijs (uit onderwijsverslag 2012/2013)

Hoe goed is het Nederlandse onderwijs? Deze vraag wordt me ieder jaar gesteld bij het verschijnen van het Onderwijsverslag. Mijn antwoord is altijd genuanceerd: er gaat veel goed en er kan veel beter. Welk rapportcijfer geeft de inspectie aan het onderwijs? Maar je kunt niet één cijfer geven.

Onderwijskwaliteit bestaat uit zoveel aspecten. Aspecten als de traditie en denominatie waarin de school staat. De omgeving en de regio waarin de school werkt. Bovenal gaat het erom wat leerlingen en studenten leren, maar ook of ze plezier hebben in leren. Het is belangrijk dat er goede, gemotiveerde leraren voor de klas staan, maar ook dat het veilig is op scholen en instellingen. En dat er garanties zijn voor onderwijs van voldoende of goede kwaliteit.

Niet alleen nu, maar ook voor de komende jaren. De inspectie vindt veel aspecten van kwaliteit belangrijk. We beoordelen de kwaliteit van het onderwijs om scholen inzicht te bieden en daar waar nodig ook direct aan te spreken, niet om hen af te rekenen. Daarover gaat dit Onderwijsverslag. Eén ding zult u er dus niet in tegenkomen: een rapportcijfer waarmee wij het onderwijs waarderen.

Net als wij het onderwijsstelsel niet tot één cijfer willen terugbrengen, doen wij dat ook niet met scholen en instellingen. Eén getal is vaak misleidend en daar komen schoolleiders en leraren steeds meer tegen in verzet. Dan valt het woord ‘afrekencultuur’. Gelukkig zien we dat scholen in verschillende sectoren zelf initiatief nemen voor verantwoording en inzicht geven in hun visie op goed onderwijs en in hoeverre ze die bereiken. De inspectie sluit zich daar graag bij aan.

(Mevrouw drs. A.S. Roeters, Inspecteur-generaal van het Onderwijs, Utrecht, 16 april 2014)