Leiderschap

Het leiden van een basisschool is een vak apart en er gaat veel tijd inzitten.

Vier activiteitengebieden schoolleider

  1. Organisatie en beheer: het organiseren en beheren van bezigheden in en rondom de school. Er moeten situaties worden gestandaardiseerd.
  2. Onderwijskundig leiderschap: het opstellen van onderwijskundig beleid en schoolwerkplannen.
  3. Leidinggeven aan volwassenen: er moet leiding worden gegeven aan het team, samenwerking moet worden gestimuleerd en binding met de school worden vergroot.
  4. Ondernemerschap: de koers van de school op lange termijn moet worden bewaakt ook in tijden van onzekerheid en verandering.

Hoofdtaken schoolleiding

  1. Het hebben van een lange termijn visie: voorstellen ter verbetering van het onderwijs aandragen en de implementatie daarvan uitvoeren.
  2. Het uitzetten van een ontwikkelingsrichting: innovatiestrategie ontwikkelen, marketingbeleid opstellen etc.
  3. Het bereiken van integratie en evenwicht: er moet duidelijkheid en openheid worden gecreëerd.
  4. Het managen van de externe context/omgeving: het beïnvloeden van de omgeving.
  5. Leg de externe visie vast: wat denken ouders, leerlingen, vervolgopleidingen en het bedrijfsleven van de school?

Leiderschapsstijlen

  • Autoritair leiderschap: bij de besluitvorming hebben de medewerkers geen inspraak. Soms krijgen ze pas achteraf informatie over het genomen besluit. De stijl van leiding geven is autoritair, de manager beslist alles zelf en controleert streng. Er is voornamelijk sprak van top down communicatie (van leider naar de medewerkers).
  • Consultatief leiderschap: de medewerkers worden vooraf geraadpleegd voor hun mening maar uiteindelijk besluit de manager zelf. Er is wederom sprak van top down communicatie.
  • Participatief leiderschap: de medewerkers mogen meebeslissen in de besluitvorming. Verantwoordelijk werk wordt door de manager gedelegeerd aan medewerkers die deskundig en gemotiveerd zijn.
  • Management by objectives: doelen worden vooraf door de manager en medewerkers opgesteld. De realisatie van de doelen is de taak van de manager en de medewerker is resultaatverantwoordelijk.
  • Management by walking around: door een bepaalde organisatiecultuur te stimuleren stuurt de manager de organisatie aan. Door zich te mengen met de medewerkers kan hij kijken of de gewenste cultuur wordt opgepakt en uitgedragen.
  • Situationeel leiderschap: de stijl van het leidinggeven hangt af van de situatie. Er bestaat niet een ideaal soort leiderschap. De medewerkers, aard van het bedrijf en aard van het te nemen besluit zijn allemaal factoren waar rekening mee gehouden moet worden.

Tip:  Schoolleider: een vak apart. Van Agten, Dresselaars en Hamann (1997). Kluwer Onderwijs uitgaven: Deventer. ISBN: 9031215872.