Naamgeving scholen

Als scholen fuseren of wanneer de goede naam onder druk staat, kan het zinvol zijn om een nieuwe naam te overwegen. Maar hoe ontwikkel je een aantrekkelijke naam die past bij de school en zal aanslaan bij ouders en omgeving?  En hoe voorkom je dat ouders niet gewoon door blijven gaan met het hanteren van de oude naam van de school (met alle daaraan gekoppelde beelden en ideeën).

Voorwaarden voor welslagen

Over het algemeen heeft het aanslaan van een nieuwe naam pas kans van slagen als er ook daadwerkelijk en duidelijk zichtbaar een (deels) nieuwe school staat. Daarom moet liefst aan drie voorwaarden (minimaal “two out of three”) worden voldaan, namelijk:

  1. Er is sprake van een nieuw gebouw, liefst ook nog op een nieuwe locatie. Suboptimaal is een verhuizing naar een bestaand gebouw op een nieuwe locatie of grondige (zichtbare) verbouwing van huidige gebouw op bestaande locatie.
  2. Er is sprake van een nieuwe directeur en/of een grondig vernieuwd team. Als de vernieuwing in de afgelopen 2 a 3 jaar heeft plaats gevonden, kan dit doorgaans nog als nieuw worden gepresenteerd.
  3. Er is sprake van een nieuw onderwijsconcept of een nieuwe onderwijsaanpak, zodanig dat er voor ouders en kinderen in het onderwijs ook daadwerkelijk iets ten positieve gaat veranderen of al veranderd is.

Fasen traject

  1. Werkgroep: oprichten van een werkgroep of commissie die een plan van aanpak opstelt met daarin de criteria waaraan een nieuwe naam wel en niet moet voldoen; de te ontwikkelen activiteiten om tot de nieuwe naam te komen en het tijdpad.
  2. Brainstormfase waarin allerlei namen worden bedacht, gekoppeld aan de criteria. Dit leidt tot een zogenaamde longlist. Brainstorm kan in een kleine groep en kan ook (mits goed voorbereid) via een prijsvraag onder leerkrachten, ouders en/of leerlingen. De selectiefase waarin de werkgroep een shortlist van 3 tot 6 namen opstelt die in aanmerking komen voor nader onderzoek.
  3. Naamonderzoek. Bestaat enerzijds uit een onderzoek naar eventuele feitelijke bezwaren (Bijvoorbeeld via kamer van koophandel, Google, Gouden Gids) voor het voeren van de nieuwe naam. Bestaat anderzijds uit een associatieonderzoek naar beelden die de naam oproept bij doelgroepen (eigen ouders of meer algemeen mensen met kinderen in het verzorgingsgebied). Te overwegen valt om een dergelijk onderzoek ook uit te voeren onder enkele professionals op het terrein van communicatie en PR.
  4. Keuze van de naam. Op grond van het onderzoek wordt een naam gekozen die de minste bezwaren heeft en tevens de meeste positieve associaties oproept. In dit stadium verdient het aanbeveling om ook de praktische toepasbaarheid in het gebruik mee te wegen. Denk hierbij aan mogelijkheden om een slogan aan de naam te koppelen en aan mogelijkheden om de naam vorm te geven.
  5. Introductie van de naam. Aan een nieuwe naam moet men altijd even wennen. Er zullen mensen zijn die hem niet mooi vinden en anderen die lyrisch zijn. Zorg voor een gericht aanpak om de naam eerst intern goed te introduceren en te promoten bij bestuur, team, ouders en leerlingen. Pas daarna kan ie de buitenwereld in. Het helpt als er een goed enthousiast verhaal bij komt over de achtergrond, de betekenis en de toepassingsmogelijkheden van de naam.
  6. Vormgeving van de naam. Na de keuze van de naam komt de vormgeving van logo en toepassing daarvan in diverse huisstijl uitingen (gevelbord, correspondentieset, schoolgids, folder, nieuwsbrief, rapport e.d.). Over het algemeen moet het verhaal over de naam dat bij de introductie is gebruikt (eventueel aangevuld met de geformuleerde criteria uit het plan van aanpak) voldoende zijn om tot een gerichte briefing aan vormgevers te komen. Laat altijd meerdere vormgevers een voorstel doen. Gebruikelijk is dat daar wel iets voor wordt betaald.

Algemene criteria

  • De naam moet aansluiten bij het profiel (visie/missie) van de school
  • De naam moet aansluiten bij de omgeving van de school (doelgroepen, loactie, wijk)