Teksten schrijven

Het is belangrijk dat teksten begrijpelijk en interessant zijn. Het is een uitdaging om te schrijven om gelezen te worden. Hiervoor is kennis over schrijftechniek nodig. Zo leren schrijven dat een andere reageert op je bedoelingen, informatie positief verwerkt en zijn mening ter discussie stelt.

25 regels voor het schrijven

  1. Schrijf over mensen, zaken en feiten
  2. Schrijf zoals u praat
  3. Schrijf compact
  4. Schrijf in de eerste persoon enkelvoud
  5. Citeer wat gezegd is
  6. Citeer wat geschreven is
  7. Lees uw teksten als uw lezer
  8. Kwets de lezer niet
  9. Voorkom misverstanden
  10. Wees niet te beknopt
  11. Gebruik een duidelijk begin, middenstuk en slot
  12. Werk vanuit de regel naar de uitzondering, vanuit het bekende naar het nieuwe
  13. Gebruik korte namen en afkortingen
  14. Gebruik het voornaamwoord in plaats van het zelfstandig naamwoord te herhalen
  15. Gebruik werkwoorden in plaats van zelfstandig naamwoorden
  16. Gebruik de tegenwoordige tijd en een persoon als onderwerp
  17. Gebruik kleine en afgeronde getallen
  18. Specificeer. Gebruik voorbeelden, verhalen en toelichtingen
  19. Gebruik voor elke nieuwe gedachte een nieuwe zin
  20. Houd zinnen kort
  21. Houd uw alinea’s kort
  22. Stel directe vragen
  23. Onderstreep wat nadruk geeft
  24. Zet tussen haakjes wat alleen zijdelings vermeld wordt
  25. Maak uw geschrift de moeite waard wordt in te lezen.

(Uit Rudolf Flesch, Helder schrijven, spreken denken, 1977)

Nog wat tips

  1. Schrijf vanuit het standpunt van de lezer
  2. Laat werkwoorden werken. Kies actieve werkwoorden die de tekst laten leven. De auto ging door de bocht is minder suggestief dan de auto scheurde door de bocht
  3. Gebruik persoonlijke woorden. Gebruik contactintensieve woorden zoals: ik, u, mij, hun, jullie etc. Ze brengen de tekst dichter bij de lezer. Namen kunnen ook zorgen voor een informele sfeer, Tevens kunnen citaten de tekst levendig maken
  4. Vermijd lijdende vorm. Probeer het taalgebruik actief te houden. Dus liever ‘hij schrijft een brief’ dan ‘de brief wordt door hem geschreven’
  5. Kom ter zake. Vermijd verveling, schrijf geen eindeloze teksten en gebruik geen overduidelijke beweringen
  6. Schrijf teksten beeldend door het gebruik bijvoeglijke naamwoorden. Maar gebruik niet meer dan 5 op de 100 woorden
  7. Vermijd stopwoorden zoals: dus, natuurlijk, met name, vrijwel, inderdaad etc
  8. Denk aan de zinslengte. Gebruik bij voorkeur zinnen van 12  à 14 woorden
  9. Gebruik korte woorden. Liever ‘zo’ dan ‘op de volgende wijze’
  10. Vermijd moeilijke woorden
  11. Schrap overbodige woorden
  12. Maak gebruik van tussenkopjes
  13. Maak gebruik van interpunctie
  14. Laat de kopteksten opvallen en de aandacht trekken.

Lees ook:

Informatie over de AIDA-formule, handig bij de opbouw van teksten.